Actieve houding bij kinderen

 

Activerende didactiek

Kinderen komen op school om te leren. Leren is een inspannende bezigheid. Om goed te kunnen leren moeten kinderen zin hebben om te leren en interesse hebben voor wat ze gaan leren.

 

Interesse voor leren ontstaat wanneer kinderen gepakt worden door het doel van de les, het onderwerp van de les en de activiteit die aan de les gekoppeld is.

Door in de lessen die we geven steeds aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen  proberen we telkens de interesse te wekken.
Daarnaast zoeken we steeds naar werkvormen die kinderen actief bij de les betrekken, dit zijn de zogenaamde activerende of coöperatieve werkvormen.

 

De kern van leren is denken. Een kind dat niet denkt, leert ook niet. We zoeken altijd naar manieren de kinderen te laten denken over de leerstof. Door coöperatieve werkvormen te gebruiken zorgen we ervoor dat alle kinderen actief bij de leerstof betrokken worden, elk kind wordt geactiveerd na te denken. Door afwisseling in werkvormen kunnen we de denkactiviteit, de interactie tussen leerling en leerstof verlengen.

Daarnaast gebruiken we tussen de lessen regelmatig energizers. Dit zijn oefeningen om weer energie te krijgen. Kinderen komen letterlijk in beweging door de opdracht die ze krijgen. Deze oefeningen bevorderen veelal ook de sociale vaardigheden van kinderen.
Kinderen krijgen bijvoorbeeld de opdracht “in de rij” te gaan staan op volgorde van de datum waarop ze jarig zijn. Het lukt alleen in de rij te gaan staan wanneer kinderen nadenken over hun eigen verjaardag, overleggen met anderen en elkaar te helpen.
Het overleg met elkaar en de beweging zorgen voor plezier. Plezier geeft energie om opnieuw te kunnen leren.

 

 

 

De kern

van leren

is denken